Geschiedenis Podcasts

Mystery Hill-megalieten kunnen 4000 jaar oud zijn - hebben Kelten het gebouwd?

Mystery Hill-megalieten kunnen 4000 jaar oud zijn - hebben Kelten het gebouwd?

Het bestuderen van de oorsprong van de toepasselijk genaamde Mystery Hill-megalieten, ook bekend als America's Stonehenge, wekt je nieuwsgierigheid maar bevredigt niet - tenzij je tevreden bent met de opwinding van het verwarrende mysterie alleen.

De site, in North Salem, N.H., omvat stenen monolieten en kamers verspreid over 30 hectare. Er wordt gezegd dat de stenen complexe astronomische uitlijningen hebben. Een stenen plaat van 4,5 ton die het middelpunt van de site lijkt te zijn, heeft mogelijk als offeraltaar gediend. Het is gegroefd met een afvoerkanaal, mogelijk het bloed van een slachtoffer.

Een verscheidenheid aan kenmerken hebben geleid tot een theorie dat het Amerikaanse Stonehenge al in 2000 voor Christus door Europeanen werd gebouwd - duizenden jaren vóór het eerste bewijs van Viking-nederzetting in Noord-Amerika. Archeologen zijn verdeeld. Sommigen zeggen dat er geen bewijs is om deze theorie te ondersteunen en dat de site mogelijk in relatief recente tijden is gebouwd.

Veel vergelijkbare sites zijn te vinden op het traject van Maine tot Connecticut, hoewel geen enkele zo uitgestrekt is als Mystery Hill. Hier is een blik op de kenmerken van de site en de mening van verschillende experts.

Waarom het misschien de Kelten waren?

1. Glyphs lijken een archaïsche Ierse taal te suggereren, hoewel elke ontcijfering van de glyphs controversieel is.

2. Uit astronomische uitlijning blijkt dat de megalieten de feestdagen markeren. Deze feestdagen worden volgens astronoom Alan Hill alleen door de Kelten gevierd. Sommigen hebben de megalieten vergeleken met Stonehenge.

3. "Carbon-14-resultaten vallen samen met de datum van een grote immigratie door Kelten", volgens een boek van David Goudsward en Robert Stone getiteld "America's Stonehenge: The Mystery Hill Story, from Ice Age to Stone Age." Stone kocht de site in de jaren 1950 en stelde hem open voor het publiek en voor verder onderzoek. Goudsward en Stone vervolgen: “De Keltiberiërs [Keltisch sprekende mensen van het Iberisch schiereiland] hadden contact met Carthagers, een nationaliteit die vrijwel zeker de vaardigheid zou hebben om de Atlantische Oceaan over te steken. Er is echter geen versiering op de stenen die op Kelten zou kunnen wijzen.”


Een structuur op de Mystery Hill-site. (Denkvoorraad)

Waarom het misschien de indianen waren?

1. Archeologen hebben op het terrein inheemse Amerikaanse artefacten gevonden die meer dan 1000 jaar oud zijn.

2. Het gebruik van steen-op-steen werktuigen toont vakmanschap vergelijkbaar met dat van indianen.

Glyphs van de Kelten?

Een voorbeeld van Ogham (TdeB via Compfight cc)

Ogham is een Iers schrift dat in de vijfde tot de zesde eeuw werd gebruikt en dat uit kruisarcering bestaat. Glyphs die ogham kunnen zijn, zouden op de stenen zijn gevonden.

Karen Wright, die in 1998 een artikel schreef voor Discovery Magazine na een bezoek aan Mystery Hill, beschreef wat ze als twijfelachtig ontcijferen voelde: "Verschillende auteurs [hebben interpretaties gemaakt,] raadplegende talen van ogham tot Russisch. De meest barokke interpretatie, een vertaling op basis van Iberisch/Punisch, werd toegeschreven aan drie gelijkmatig verdeelde parallelle groeven in een roestkleurige afgietsel: ‘In Baäl namens de Kanaänieten wordt dit opgedragen’, las de vertaling.

"Dit, besloot ik, was het archeologische equivalent van de scène uit Lassie waarin de hond één keer blaft en Jimmy te horen krijgt dat het been van een zesjarig meisje genaamd Sally vastzit onder een omgevallen boom 30 meter naar het noorden van de watervallen op Coldwater Creek bij de oude mijnschacht en oh, tussen haakjes, ze heeft ook diabetes, dus neem wat insuline mee.”


Een structuur op de Mystery Hill-site. (Denkvoorraad)

Koolstofdatering

In 1969 heeft archeoloog James Whittall stenen werktuigen op de site opgegraven, samen met houtskoolvlokken die met koolstof kunnen worden gedateerd. De datering toonde aan dat de gebruiker van het gereedschap rond 1000 voor Christus aan het werk was, volgens Goudsward en Stone.

Whittall heeft houtskool teruggevonden op verschillende andere locaties ter plaatse en de koolstofdatering varieerde van 2000 voor Christus. tot 400 voor Christus

Daten met behulp van astronomische uitlijningen

Astrologische uitlijningen komen overeen. Astronoom Dr. Louis Winkler, de belangrijkste sitewetenschapper, ontdekte dat de posities van sommige stenen overeenkomen met waar de sterren en andere hemellichamen ongeveer 2000 jaar geleden zouden hebben gestaan. Hij heeft ook radiokoolstof- en lasertheodolietdatering gedaan om een ​​oorsprong uit de Bronstijd te ondersteunen (2.000 v. Chr.-1.500 v. Chr.).

Antropoloog Bob Goodby van de New Hampshire Archaeological Society (NHAS) zei dat de uitlijningen "toevallig" zijn.

"Met zoveel steen in de buurt, zou het niet zo moeilijk zijn om enkele uitlijningen te vinden die overeenkomen met hemelse dingen", vertelde Goodby aan de publicatie The Bridge van de Boston University. Dit is niet het enige "toeval" dat door critici van de theorie van oude Europese oorsprong wordt genoemd, noch het enige dat door aanhangers van de theorie als een beetje te "toevallig" wordt genoemd.

Zo gaf criticus Richard Boisvert, plaatsvervangend staatsarcheoloog van New Hampshire, toe dat de bouwwerken lijken op oude Europese megalithische bouwwerken, maar dat het toeval is. Hij vertelde Discovery dat het een geval is van dezelfde vorm die dezelfde functie heeft.

Hoogleraar astronomie aan het New Hampshire Technical Institute Alan Hill ziet de astronomische uitlijningen niet als toeval. Hij vertelde de New York Times dat de megalieten de dagen van het kwartier markeren, de halverwege tussen de zonnewendes en equinoxen. Kelten zijn de enigen die feestdagen vieren, zei hij. Hill verwierp de theorie dat de structuren kelders zijn die in de afgelopen paar eeuwen zijn gebouwd, deels omdat de deuren niet breed genoeg zijn om kruiwagens door te laten.

Een lokale advocaat en mysterieschrijver, David Brody, vertelde de Times dat er te veel soortgelijke raadselachtige stenen en structuren in de regio zijn om het allemaal als toeval af te schrijven.


Een structuur op de Mystery Hill-site. (Stan Shebs/Wikimedia Commons)

Steen-op-steen gereedschappen suggereren primitieve bouwers

De bouwers gebruikten blijkbaar stenen werktuigen, geen metalen werktuigen. De baas van Boisvert, de staatsarcheoloog Gary Hume van New Hampshire, vertelde Discovery dat het steen-op-steen vakmanschap vergelijkbaar is met dat van indianen. Hij aarzelde om te zeggen dat de megalieten 4000 jaar oud zouden kunnen zijn, maar hij leek de mogelijkheid open te laten. Hij zei dat hij "de twee gerenommeerde landmeters die borg stonden voor de uitlijning" niet zou ondervragen, schreef Wright.

De indianen en de Kelten zijn niet de enige groepen die archeologen als potentiële bouwers hebben aangemerkt.

Sommigen zeggen dat het misschien de Feniciërs waren, de mensen van een oud koninkrijk aan de Middellandse Zee. De staande stenen komen volgens Wright overeen met de locatie van de poolster Thuban tijdens de Fenicische tijd.

Jonathan Pattee, een schoenmaker en zijn gezin woonden het grootste deel van de 19e eeuw op de site, en velen zeggen dat hij en zijn familie de gebouwen hebben gebouwd. Dennis Stone, de zoon van Robert Stone die momenteel ook eigenaar en beheerder van de site is, vertelde Discovery dat sommige van de structuren waarschijnlijk door Pattee zijn gebouwd, maar zeker niet allemaal.

Anderen hebben ook gezegd dat de fijne kneepjes van de constructie en uitlijning waarschijnlijk niet door de familie Pattee zijn uitgevoerd, en dat de familie metalen gereedschappen zou hebben gebruikt, geen stenen werktuigen.

Vaarwel en andere critici van de theorie van de oude oorsprong zeggen dat archeologen tekenen zouden hebben gevonden van mensen die op of in de buurt van de site woonden, zoals begraafplaatsen. Hij zei dat de offersteen in de recentere geschiedenis waarschijnlijk een plek was voor inwoners om zeep te maken. Wat de theorieën ook zijn, zoals Goudsward en Stone schrijven: “Er is zoveel schade aangericht in de afgelopen vier millennia dat het niet uitmaakt wie je denkt dat de site heeft gebouwd, er is net genoeg fysiek bewijs om verder onderzoek in die richting te rechtvaardigen. Dit heeft geleid tot een spectrum van theorieën die zo breed en uitgestrekt zijn als de lucht, die al dan niet in kaart zijn gebracht door de oude monolieten.”

Het artikel " Amerika's Stonehenge is misschien 4000 jaar oud - hebben Kelten het gebouwd? " werd voor het eerst gepubliceerd door Epoch Times en met toestemming opnieuw gepubliceerd.


Bouwden de Kelten 4000 jaar geleden "America's Stonehenge"?

Hoewel het misschien niet zo statig is als de archeologische vindplaats in Engeland, heeft Amerika zijn eigen versie van Stonehenge, met de toepasselijke naam "America's Stonehenge", en sommige archeologen geloven dat de Kelten het rond 2000 voor Christus hebben gebouwd.

Staande op een site genaamd Mystery Hill in North Salem, New Hampshire, laat de megalithische structuur archeologen met een aantal vragen achter. Er is degelijk bewijs dat erop wijst dat de Kelten de makers zijn, inclusief inscripties in de archaïsche Ierse taal Ogham, hoewel andere archeologen geloven dat inheemse Amerikanen of Feniciërs verantwoordelijk waren.

De site bevat stenen monolieten en kamers verspreid over 30 hectare, gepositioneerd in wat wordt beschouwd als complexe astronomische uitlijningen.

Volgens de Epoch Times ziet het 4,5-tons brandpunt van de site eruit alsof het een offeraltaar was, gegroefd met een kanaal voor afvoer, mogelijk voor bloed.

Bewijs van Keltische betrokkenheid zijn onder meer glyphs die op de monolieten zijn gegraveerd die de archaïsche Ierse taal 'Ogham' suggereren, een schrift dat in de vijfde en zesde eeuw werd gebruikt en bestaat uit gearceerde tekens.

De astronomische uitlijning van de megalieten wijst ook op Keltische culturen - hun positionering markeert feestdagen over de kwartalen, die alleen door de Kelten worden gevierd.

Archeologen gebruikten de 'koolstofdatering'-techniek om meer te weten te komen over het Amerikaanse Stonehenge en in een boek met de titel 'America's Stonehenge: The Mystery Hill Story, from Ice age to Stone age' schreven de auteurs David Goudsward en Robert Stone:

“Carbon-14-resultaten vallen samen met de datum van een grote immigratie door Kelten. De Keltiberiërs [Keltisch sprekende mensen van het Iberisch schiereiland] hadden contact met Carthagers, een nationaliteit die vrijwel zeker nog de Atlantische Oceaan zal oversteken.”

Er zijn echter aanwijzingen die wijzen op inheemse Amerikanen als de bouwers, zoals andere inheemse Amerikaanse artefacten die op de site zijn gevonden. Sommigen geloven dat de Feniciërs verantwoordelijk waren, en sommigen geloven zelfs dat het het werk was van een 19e-eeuwse familie met de achternaam Pattee.


The Mysterious: Mystery Hill in New Hampshire

Mystery Hill wordt vaak "Amerika's Stonehenge" genoemd. Waarom? Ik heb absoluut geen idee. Stonehenge bestaat uit gigantische monolieten die elke poging om betekenis te vinden trotseren. Mystery Hill is een reeks korte stenen muren, stenen structuren en een hectare graniet met sporen erin gegraven. De gelijkenis met Stonehenge eindigt met het constructiemateriaal en de parallel is een inspannend bereik. Het stenen werk is echter niet oninteressant. Er zijn tafelachtige structuren, altaarachtige structuren en wat lijkt op kleine schuilplaatsen gemaakt van de steen. Dat ze er nog staan ​​is al een prestatie op zich. Laten we eens kijken naar drie van de hierboven genoemde structuren. Ik heb er willekeurig drie gekozen om jullie allemaal een idee te geven van de plek.

Tekens lijken deze structuur een "opofferingstafel" te noemen. Wat voor mij vreemd is. Ik heb gegraven en gegraven, maar ik heb nog geen enkel bewijs gevonden dat hier offers zijn gebracht. Sommige punten die ik heb gezien om het rituele aspect van de tafel te "bewijzen", is dat 1) het een tafel is met 2) merktekens erop die 3) duidelijk onderhouden was en daarom 4) van enig belang. Aan de andere kant: waarom kan het niet gewoon een tafel zijn? Misschien gebruikten jagers het oppervlak om hun vangsten te strippen. Misschien was het opslag. Dat lijkt me een stuk haalbaarder. Ik zie persoonlijk niet in wat hier opofferend aan is.

Deze ruimte heeft geen specifieke naam, maar de foto viel me op. Ik twijfel over wat het zou kunnen zijn. Ten eerste kan het gewoon een opslagruimte zijn. Een oude voorraadkast voor het bewaren van voedsel of andere goederen. Dat is sowieso een soort plank. Mijn tweede idee van deze ruimte is iets meer daarbuiten. Ik zag dat dit een soort altaar was. Houd in gedachten dat hoewel dat woord beelden oproept van de occulte en rituele praktijken, het gewoon een plek van herinnering of eerbied kan zijn. Tal van culturen hebben praktijken die altaren voor familieleden of bepaalde goden bevatten - niet als onderdeel van een ritueel, maar als een plaats van aanbidding of waardering.

Hier hebben we een alkoof of door de mens gemaakte grot. Ik heb ook twee gedachten over deze structuur, hoewel deze twee geesten meer alledaags zijn dan de hierboven genoemde altaar / opslagruimte. Ten eerste denk ik dat dit een schuilplaats kan zijn voor jachtexpedities. Natuurlijk, het is klein, maar als je tijdens een storm gewoon een dak boven je hoofd nodig hebt, maakt dat niet zoveel uit. Ten tweede, nogmaals, zou dit niet gewoon een opslagruimte voor voedsel kunnen zijn? Rotsstructuren hebben de neiging om koele temperaturen vast te houden, vooral als ze ondergronds zijn. Zou dit niet een primitieve wortelkelder kunnen zijn?
Ik ga niet te diep in de bredere theorieën duiken over wat Mystery Hill is omdat, om eerlijk te zijn, de theorieën die ik ben tegengekomen meestal wilde ideeën zijn zonder enig bewijs of logica erachter. Borden die reclame maken voor het gebied beweren dat het van vóór de Vikingen of zelfs Phonncian zou kunnen zijn, terwijl anderen beweren dat de site door vroege Kelten zou kunnen zijn gebouwd. Sommigen hebben ook gesuggereerd dat het van oorsprong Native American is. Geen van deze theorieën is bevestigd met archeologisch bewijs, en verschillende zijn ronduit weerlegd door vooraanstaande stemmen in de academische wereld. Aan de meer praktische kant van het spectrum, suggereren sommigen dat Mystery Hill lang geleden door boeren is gebouwd en dat het buiten proporties is opgeblazen door mensen die op zoek zijn naar magie en mysterie in het alledaagse. Dit is de theorie die de meeste archeologen geloven op basis van beschikbaar bewijs. Alle structuren kunnen worden verklaard door alledaagse en praktische verklaringen, zoals we hebben onderzocht bij het bespreken van individuele structuren hierboven.
Ik moet ook vermelden dat er ook is gesuggereerd dat het hele ding een uitgebreide hoax is. De eerste bekende referentie kwam in 1907, in een boek over de geschiedenis van Salem, New Hampshire. Het verslag stelt dat de grot specifiek toebehoorde aan Jonathan Pattee, wat ertoe leidde dat veel hedendaagse critici geloofden dat Pattee zelf de structuren heeft gebouwd. De volgende in de mogelijke Hoax History is William Goodwin. Goodwin beweerde vurig dat de site werd gebouwd door Keltische monniken voorafgaand aan de aankomst van Christopher Columbus op het continent. Er wordt ook gezegd dat Goodwin stenen heeft verplaatst naar wat hij geloofde dat hun oorspronkelijke plaatsen waren geweest, maar hoe hij dit besloot, is onbekend. In de tijd van Goodwin werd er op de locatie ook steengroeven gewonnen, zoals blijkt uit boorsporen op de steen. Archeologen betwisten de vele mystieke oorsprongsverhalen voor Mystery Hill. Hun onderzoek en gevonden artefacten op de site hebben geleid tot de conclusie dat Mystery Hill rond de 18e of 19e eeuw werd gebouwd door boeren.
Met dit alles gezegd zijnde, is het nog steeds een heel coole plek. Ongeacht of het echt oud is of een hoax, het trekt nog steeds toeristen om de structuren te verkennen. De geesten van mensen gaan nog steeds op de loop met de mogelijkheden van mystiek en magie die de structuren oproepen. Ik voel me op mijn gemak als ik de ware oorsprong van de structuren niet ken. In dit geval citeer ik de geweldige Shane Madej van Buzzfeed Unsolved (wat een geweldige true crime/bovennatuurlijke YouTube-serie is, als je niet vies bent van humor): Let it be a mystery.


<< onze fotopagina's >> America's Stonehenge - Oud dorp of nederzetting in de Verenigde Staten in New England

Ongeveer 40 mijl ten noorden van de stad Boston, en ongeveer 40 mijl landinwaarts van de Atlantische Oceaan, lijkt het grootste, en misschien wel oudste, megalithische raadsel van Noord-Amerika te zijn.

"America's Stonehenge", voorheen Mystery Hill genoemd, is een site die archeologen al bijna een eeuw voor een raadsel houdt. Over de 30 hectare grote heuvel lopen een reeks lage muren, grotachtige primitieve gebouwen en tunnels die volgens een archeoloog zijn verspreid met 'gigantische verwarring en kinderlijke wanorde, diepe sluwheid en grove naïviteit'. Hoewel de heuvel wordt vergeleken met de Engelse Stonehenge-cirkel, is hij op het eerste gezicht fysiek heel anders. Stonehenge ligt op een vlakte, niet op een heuvel, en is netjes gerangschikt als een reeks concentrische cirkels, hoefijzers en vierkanten. Mystery Hill lijkt in vergelijking daarmee een wirwar. De stenen die bij Stonehenge betrokken zijn, zijn groter, tot wel 45 ton. De stenen bij Mystery Hill zijn kleiner (de grootste is ongeveer 11 ton) en de constructie minder ingewikkeld.

Beide sites hebben echter enkele gemeenschappelijke punten. Ten eerste dienden ze als observatoria. Elk is gevonden met astronomische uitlijningen, waaronder zomerzonnewende. Ten tweede weten we bijna niets over de bouwers van beide locaties. Hoewel we niet weten wat voor soort ceremonies er in Stonehenge hebben plaatsgevonden, weten we wel iets over de schijnbare activiteit op de heuvel. Een van de belangrijkste kenmerken van de site is een enorme platte steen, als een grote tafel, die op vier poten boven de grond rust. Rond de rand van de tafel loopt een groef die leidt naar een tuit. Deze geweldige plaat is de "Opofferingssteen" genoemd en kan zeker zo'n functie hebben gehad. Door de goot kon het bloed van het offer waarschijnlijk van de bovenkant weglopen.

Onder de offersteen bevindt zich een schacht van twee meter lang die naar een ondergrondse kamer leidt. Het lijkt redelijk dat hierdoor een priester die zich in de kamer verstopte, kon spreken als de stem van een orakel. Voor een menigte die zich rond het altaar had verzameld, leek het alsof het geluid uit de offersteen omhoog zweefde als de stem van een lichaamloze geest. Naast de orakelkamer en de offersteen heeft de site een aantal andere kunstmatige grotten en doorgangen. Ten minste één werd gebouwd met een afvoer om te voorkomen dat ze onder water kwamen te staan. Het doel van de rest van deze structuren, behalve een die een waterput lijkt te zijn, is onbekend. Beleefdheid Unmuseum website.

Opmerking: Een artikel over Amerika's Stonehenge in de New York Times, zie laatste commentaar
Mogelijk bekijkt u de versie van gisteren van deze pagina. Registreer u voor een gratis account om de meest actuele informatie te zien.

Amerika's Stonehenge ingediend door DocRock
Een aantal jaren na de verwerving van de site werd opgemerkt dat er een aantal perifere stenen waren opgesteld die, gezien vanuit een centraal punt, astronomische uitlijningen leken te markeren. Deze steen markeert de midzomer-equinox.

Amerika's Stonehenge ingediend door de kapitein
In een van de kamers op Mystery Hill, bekend als America's Stonehenge, in de buurt van Salem, New Hampshire. Alleen waar gaat het allemaal over? En wie heeft het gebouwd? Was het oude Indiaanse mensen? Waren het vroege Europese bezoekers (IJslandse monniken een goede optie) of is het een zeventiende-eeuwse grap? Ik bezocht het in ongeveer 1990 en vond het een heel vreemde plaats. En het is alsof de regering dat niet wil.

Amerika's Stonehenge ingediend door DocRock
Astronomische marker op Mystery Hill die zou hebben uitgelijnd met Thuban toen het de Poolster was rond 1750 vce.

Amerika's Stonehenge ingediend door DocRock
De "opofferingstafel" in het centrale gedeelte van de site van bovenaf gefotografeerd.

Amerika's Stonehenge ingediend door de kapitein
Een van de kamers op Mystery Hill, ook bekend als America's Stonehenge, in de buurt van Salem, New Hampshire. Er zijn verschillende van deze kamers en andere structuren op de site, evenals de kalenderwaarnemingsstenen. Ik moet zeggen dat, ondanks hun beste inspanningen om me te verzekeren dat ze 4000 jaar oud zijn, de stenen er gewoon niet verweerd genoeg uitzagen voor mij.

Amerika's Stonehenge ingediend door musicalchemie
megalieten, de steen is uitgelijnd met de zonnewende zon

Amerika's Stonehenge ingediend door DocRock
Mystery Hill Equinox-zonsondergangmarkering gezien vanaf het centrale uitkijkpunt.

Amerika's Stonehenge ingediend door DocRock
Mystery Hill Midwinter-zonsondergangmarkering gezien vanaf het centrale uitkijkpunt.

Gebruik de bovenstaande informatie niet op andere websites of publicaties zonder toestemming van de bijdrager.

Lijst met nabijgelegen sites. In de volgende links * = Afbeelding beschikbaar
30.7km N 4° Pawtuckaway Balancing Rock* Natuursteen / Onregelmatig / Ander natuurlijk kenmerk
70.1km S 171° Mary Caroline Herter Openbare tuin Moderne stenen cirkel enz
70,8 km NW 315° Mount Kearsarge Indian Museum Museum
87.2km S 184° Foxborough Gebedsbank (2) Oude Tempel
87.2km S 184° Foxborough Stone Pile Cairn
87.2km S 184° Foxborough Gebedsbank (3) Oude Tempel
87.2km S 184° Foxborough Gebedsbank (11) Oude Tempel
87.4km S 184° Foxborough Neergestreken Boulder (1) Begrafeniskamer (Dolmen)
87.4km S 184° Foxborough Gebedsbank (4) Oude Tempel
87,5km S 184° Foxborough Gebedsbank (9) Oude Tempel
87,5km S 184° Foxborough Gebedsbank (1) Oude Tempel
87.5km S 184° Foxborough Marker Stone Rock Outcrop
87.8km S 184° Foxborough Stone Row (2) Stone Row / Uitlijning
87.9km S 184° Foxborough Staande Steen (1) Staande Steen (Menhir)
87.9km S 184° Foxborough Gebedsbank en Stenen Ring Oude Tempel
87.9km S 184° Foxborough Dolmen Begraafkamer (Dolmen)
88.0km S 184° Foxborough Stone Row (1) Stone Row / Uitlijning
88.0km S 184° Foxborough Staande Steen (2) Staande Steen (Menhir)
88.1km S 184° Foxborough Neergestreken Boulder (5) Begrafeniskamer (Dolmen)
88.1km S 184° Foxborough Gebedsbank (6) Oude Tempel
88.1km S 184° Foxborough Staande Steen (4) Staande Steen (Menhir)
88.1km Z 184° Foxborough Cairn Cairn
88.1km S 184° Foxborough Gebedsbank (8) Oude Tempel
88.1km S 184° Foxborough Gebedsbank (7) Oude Tempel
88.2km S 184° Foxborough Gebedsbank (5) Oude Tempel

Logboeken met opmerkingen
DebbieElliott: Had deze plek min of meer voor mezelf, het is behoorlijk verborgen en niet veel mensen weten ervan. De toegang is via het bezoekerscentrum. Wie het heeft gebouwd of waarvoor het was, is nog onbekend, maar een viertal stenen is ingesteld op equinox en zonnewende.

MartinJEley: Omdat we begrijpen dat deze Stonehenge waarschijnlijk niet de grandeur zou hebben van de bekendere neef in Wiltshire, Engeland, hebben we ervoor gekozen om toch een bezoek te regelen. De resterende bouwconstructies en stenen tonen duidelijk een lange geschiedenis en kennis van belangrijke zonne-evenementen gedurende het jaar. Het feit dat M.

Een van de meest fascinerende stenen is de grote plaat van de 'offersteen'. Ongeveer een jaar geleden was ik op zoek naar antieke scharnieren en vond Old Wood Workshop, en uiteindelijk: deze loogsteen. Hoewel ik meer bekend ben met het uitlogen van loog in een houten vat zoals dat op deze pagina, waren er ook stenen vol as en een gebeeldhouwde goot droeg het loogwater naar een wachtende emmer. (Dit zou mogelijk nog beter werken, want hoe langzamer de afvoer, ik zou denken dat de oplossing sterker zou zijn.)

Het blijkt dat deze vraag (koloniale looguitloging of Indiaanse fabricage) al de aandacht heeft getrokken van mensen die Mystery Hill onderzoeken. Zie de site Lye Stones, Cider Press Stones, & Native American Grooved Stones en het artikel van Mary E. Gage over het onderzoek en de conclusies van de staatsarcheoloog van New Hampshire, Gary Hume. Zoals vermeld in enkele van de eerder gemaakte opmerkingen, geloofde Hume dat veel van de stenen van Mystery Hill Native American constructies zijn, en Gage citeert hem op (als ik dit goed volg) andere gegroefde stenen op de site, hoewel niet deze specifieke. (Wat ik moet zeggen, lijkt op de andere loog- en ciderstenen die worden beschreven op de website http://www.stonestructures.org.)

Een groot deel van de authenticiteit van Mystery Hills als pre-koloniale site hangt af van hoeveel de eigenaar Godwin spullen verplaatste in de jaren '30 en '40.

Vastbesloten om deze mysteries te doorgronden, arriveerde ik op een koude en grijze zondagochtend bij een rustiek informatiecentrum en een cadeauwinkel. Binnen werd ik begroet door de toepasselijke naam Dennis Stone, 55, een piloot van een commerciële luchtvaartmaatschappij die samen met zijn vrouw, Pat, 59, eigenaar is van deze ongewone attractie langs de weg. (Dennis' vader, Robert E. Stone, 80, begon het terrein in 1958 te leasen en kocht alle 105 hectare in 1965, waardoor het werd gered van mogelijke ontwikkeling.)

Een charmante mix van prehistorische wonderen, alpaca-landbouw en kitsch, Amerika's Stonehenge is een oase van excentriciteit in een steeds groter wordende wereld van zorgvuldig beheerde en verzorgde toeristische plekken.

En voor een lokale topokaart, zie

Het is een ZEER vreemde plaats en ik heb nog nooit iets gevonden in boeken of op internet dat het echt recht doet. Een van de grootste problemen is dat ik denk dat niet veel mensen het serieus nemen. Ik denk dat ik gelijk heb als ik zeg dat het in de "officiële" Amerikaanse geschiedenisboeken niet bestaat, of dat het een grap uit de 17e eeuw is, hoewel zogenaamd correcte koolstofdatering is gebruikt om data van 4000 jaar oud te geven voor een deel ervan. Het lijdt geen twijfel dat een deel ervan erg oud is, hoewel de belangrijkste stukjes en beetjes van de site een paar honderd jaar geleden waarschijnlijk erg zijn gewijzigd. Natuurlijk is er geen financiering voor enig goed onderzoek, omdat het geen goede site is, omdat het de officiële Amerikaanse geschiedenis zou verstoren. Zoals het Romeinse scheepswrak voor de kust van Massachusetts, verschillende Viking-achtige woningen en vele andere dingen.

En het wordt niet geholpen door de inheemse indianen die er schijnbaar niets mee te maken hebben. Het heeft dus geen officiële geschiedenis en niemand wil het claimen. En het is gewoon overgelaten aan een paar 'enthousiaste' mensen om te proberen bekendheid te geven.

Gewoon je aantekeningen lezen. Kun je me iets vertellen over andere locaties in het noordwesten?


Zijn er reguliere onderzoeken naar de megalieten van Foxborough en andere grote New England-modellen?

Een merkwaardig kenmerk van Foxborough, waar de geboorteplaats van de patriotten is, is dat het ook de geboorteplaats is van megalieten. In feite zijn er andere, zelfs grotere, dergelijke sites in New England. Ongeveer 70 mijl naar het noorden is een van de belangrijkste, genaamd Mystery Hill / Stonehenge USA.

Hebben reguliere wetenschappers de belangrijkste megalithische vindplaatsen grondig bestudeerd om te zien hoe oud ze zijn en wat zeggen ze?


Een theorie is dat de plaats werd gesticht door de Celtics, maar het probleem hier is dat Boston dichtbij is, maar basketbal is een heel andere sport! Bovendien zou je verwachten dat de Celtics voetbalhelmen dragen of op zijn minst bescherming zoals bronzen schilden, maar we hebben dergelijke dingen in New England uit die tijd niet gevonden. Een andere theorie is dat de Vikingen daar waren, maar hoewel Minnesota op zijn minst de Patriots in dezelfde sport speelt, hebben we op deze sites ook geen ijzertijdapparatuur gevonden.

Algonquins zijn inheems in New England

We moeten aannemen dat de megalieten zijn gemaakt door de thuisploeg, de Native Americans. Maar kunnen we echt een datum plakken op de belangrijkste sites? Alleen omdat we houtskool hebben gevonden van 4000-1000 voor Christus, betekent niet dat de houtskoolbranders op de site dezelfde waren die de rest van de plaats bouwden, niet alleen de vuren die ze aanstaken.

The Foxborough Reporter publiceerde een verhaal genaamd "Hand van mens en natuur op Foolish Hill", en zei:

Niemand heeft ooit op Foolish Hill gewoond, hoewel er zich twee huizen aan de basis bevinden, evenals verschillende industriële locaties, dus weinigen kunnen genieten van het spectaculaire uitzicht op de Blue Hills en daarbuiten, maar het gebied was van grote betekenis in het leven van duizenden kolonisten van jaren geleden. Overal in het F. Gilbert Hills State Forest bij Mill Street zijn veel stenen constructies - staande stenen, gebedsstoelen, uitgebalanceerde rotsen en dergelijke.

Vanaf deze gebedsstoelen kan men naar de top van de heuvel kijken om te zien waar een staande steen (nu bedekt op de bosbodem) de exacte plaats zou hebben gemarkeerd waar de zon op belangrijke dagen in de maankalender onder de horizon zou vallen . Als ze zich eerder op diezelfde dagen hadden omgedraaid en hadden gekeken naar wat wij Foolish Hill noemen, zouden ze staande stenen hebben gezien (die nu ook op de bosbodem liggen, bedekt met bladeren) waar de zon voor het eerst boven de horizon was opgekomen bij dageraad op diezelfde dagen die zo belangrijk zijn voor hun religie.

De Foxborough State Forest-website vertelt over soorten gevonden steenarrangementen:

[GROOTTE=-1] DOLMENS - Een dolmen is een grote platte steen die op drie of meer kleinere stenen rust. Het gebruik kan zijn geweest als een speciale markering die een "speciale/heilige" plek, een offertafel of mogelijk een onderdeel van een reeks van meerdere stenen voorwerpen betekende. De hunebed van Foxboro ligt zeer dicht bij een groep van vier zeer grote uitgelijnde rotsblokken die een perfecte noord-zuidlijn vormen. Vanaf de dolemen vormt elke kei een lijn die naar de horizon in het oosten wijst. Mogelijk zijn dit zonsopgangspunten die wijzen op seizoensveranderingen of de langste/kortste dagen van het jaar.[/SIZE]

[GROOTTE=-1] STAANDE STENEN - Enkele hoge smalle steen, duidelijk door de mens gemaakt, gestut als een soort marker of richtingaanwijzer. Deze stenen hebben meestal een ring van kleinere stenen aan de basis om als ondersteuning te dienen. Vroege ontdekkingsreizigers hebben deze misschien als spoormarkeringen gebruikt, vroege boeren hebben deze misschien als grensmarkeringen voor hun land gebruikt, of zelfs eerder in de geschiedenis, deze objecten kunnen mogelijk eenvoudig speciale gebeurtenissen hebben aangegeven die op die plek hebben plaatsgevonden.

De website somt andere soorten formaties op en geeft een kaart:


Tara MacIsaac schrijft over Mystery Hill/Stonehenge USA in haar essay over New England Megaliths:

Het onderstreepte deel brengt een van de problemen naar voren bij het bestuderen van de site. Het was eigendom van verschillende generaties niet-indianen in de postkoloniale en koloniale periode. Dus de "opofferende" plaat lijkt eigenlijk heel erg op een koloniale Anglo-Amerikaanse loog-werkende steen voor het maken van zeep.

Uit astronomische uitlijning blijkt dat de megalieten de feestdagen markeren.

[Megalithische structuur op Mystery Hill]

Archeologen hebben ter plaatse inheemse Amerikaanse artefacten gevonden die meer dan 1000 jaar oud zijn. Het gebruik van steen-op-steen werktuigen toont vakmanschap vergelijkbaar met dat van indianen.

Ik moet wel zeggen dat de megalithische muur op de foto hierboven behoorlijk indrukwekkend is. Het doet me denken dat het is gebouwd met meer dan alleen de inspanning van een paar koloniale boeren.

Ze liet nog wat foto's zien en voegt eraan toe:

In 1969 heeft archeoloog James Whittall stenen werktuigen op de site opgegraven, samen met houtskoolvlokken die met koolstof kunnen worden gedateerd. De datering toonde aan dat de gebruiker van het gereedschap rond 1000 voor Christus aan het werk was, volgens Goudsward en Stone.
Whittall heeft houtskool teruggevonden op verschillende andere locaties ter plaatse en de koolstofdatering varieerde van 2000 voor Christus. tot 400 voor Christus

Daten met behulp van astronomische uitlijningen
Astrologische uitlijningen komen overeen. Astronoom Dr. Louis Winkler, de belangrijkste sitewetenschapper, ontdekte dat de posities van sommige stenen overeenkomen met waar de sterren en andere hemellichamen ongeveer 2000 jaar geleden zouden hebben gestaan. Hij heeft ook radiokoolstof- en lasertheodolietdatering gedaan om een ​​oorsprong uit de Bronstijd te ondersteunen (2.000 v. Chr.-1.500 v. Chr.).

Het grote probleem met de laatste alinea is dat we niet weten dat de bouwers deze rotsen aan het uitlijnen waren voor bepaalde sterren, en zo ja, bij welke en wanneer? Dus als een ster uitlijnt met een rots in 1500 voor Christus, hoe weten we dan dat dit betekent dat de rots bedoeld was om die uitlijning te hebben of zelfs op zijn plaats te zetten?

Jim Vieria shows a picture of the Royalton, VT mound in his essay "Search for the Mysterious Stone Builders of New England", mentioning sites in other regions:

Scattered throughout the woods and fields of New England lie the remains of an ancient civilization. These remnants are enigmatic stone structures that predate European settlement. Standing stone circles, hundreds of impressive and elaborate stone chambers, massive balanced stones, over one million stone cairns, stone animal effigies, solstice and equinox markers and many other unexplained structures litter the landscape. Historical texts, colonial reports, carbon dating, astro-archeological research and Native American oral traditions all support this contention.
The Adena, Hopewell and Mississippian mound building cultures built earthen mounds, pyramids and geometric enclosures that showed an extremely high degree of engineering and mathematical skill. Shell and midden mounds were built from Florida to Maine.

He talks about "elaborate cairns, sometimes up to 9 feet high and conical" and "the 25 foot high 200 foot long, Hopkinton, MA cairn", before talking about Mystery Hill:

this 30 acre complex is a mixture of stone chambers, stone solstice and equinox markers, cairns, chimneys, fireplaces and stone drains. The two largest stones here weigh 45 and 70 tons. The site has been carbon dated to at least 2000 B.C. by scientists at Geochron Labs of Cambridge, Mass after dating 13 different test pits. . Stone markers throughout the site provide over 200 alignments with the sun, moon and 45 different stars which have been verified by independent researchers. One alignment wall allows a person to observe the southern most standstill of the moon on its 18.61 year metonic cycle.

Like I said, it is hard for me to judge the charcoal carbon dating's full value, since after all, making charcoal in the fire in 2000 BC is not the same thing as putting up the wall.
[SIZE=-1]
Next Vieria writes about Gungywamp, a site in Connecticut:
[/SIZE]


Building Stonehenge

Stonehenge is just one part of a larger sacred landscape that contains many other stone and wooden structures as well as burials. Archaeologists have also found evidence for widespread prehistoric hunting and a roadthat may have led to Stonehenge.

From what scientists can tell, Salisbury Plain was considered to be a sacred area long before Stonehenge itself was constructed. As early as 10,500 years ago, three large pine posts, which were totem poles of sorts, were erected at the site.

Hunting played an important role in the area. Researchers have uncovered roughly 350 animal bones and 12,500 flint tools or fragments, just a mile away from Stonehenge, the finds dating from 7500 B.C. to 4700 B.C. The presence of abundant game may have led people to consider the area sacred.

Dozens of burial mounds have been discovered near Stonehenge indicating that hundreds, if not thousands, of people were buried there in ancient times. At least 17 shrines, some in the shape of a circle, have also been discovered near Stonehenge. A "House of the Dead" was recently discovered near Stonehenge that dates to 3700 B.C.-3500 B.C.

Around 5,500 years ago two earthworks known as Cursus monuments were erected at Stonehenge, the longest of which ran for 1.8 miles (3 km). By 5,300 years ago two massive eyeglass-shaped wooden palisades, which were set ablaze during ceremonies, were constructed at Avebury, near Stonehenge.

At Stonehenge, more construction occurred around 5,000 years ago with postholes indicating that either bluestones or upright timber posts were propped up on the site. Then, around 4,600 years ago, a double circle made using dozens of bluestones was created at the site.

By 4,400 years ago, Stonehenge had changed again, having a series of sarsen stones erected in the shape of a horseshoe, with every pair of these huge stones having a stone lintel connecting them. In turn, a ring of sarsens surrounded this horseshoe, their tops connecting to each other, giving the appearance of a giant interconnected stone circle surrounding the horseshoe.

By 4,300 years ago, Stonehenge had been expanded to include the addition of two bluestone rings, one inside the horseshoe and another between the horseshoe and the outer layer of interconnected sarsen stones.

Construction at Stonehenge slowed down around 4,000 years ago. As time went on the monument fell into neglect and disuse, some of its stones fell over while others were taken away. [In Photos: A Walk Through Stonehenge]

There is an interesting connection between the earlier Cursus monuments and the later Stonehenge. Archaeologists found that the longest Cursus monument had two pits, one on the east and one on the west. These pits, in turn, align with Stonehenge's heel stone and a processional avenue.

"Suddenly, you've got a link between [the long Cursus pit] and Stonehenge through two massive pits, which appear to be aligned on the sunrise and sunset on the mid-summer solstice," said University of Birmingham archaeologist Vincent Gaffney, who is leading a project to map Stonehenge and its environs.

Some of the people who built Stonehenge may have lived near the monument at a series of houses excavated at Durrington Walls. Recently, archaeologists discovered evidence that people who lived in these houses feasted on meat and dairy products. The rich diet of the people who may have built Stonehenge provides evidence that they were not slaves or coerced, said a team of archaeologists in an article published in 2015 in the journal Antiquity.


Who Built New England’s Megalithic Monuments?

In “The Mysterious Megaliths of New England,” (in the last issue of PVQ) we discussed the ancient megalithic constructions found throughout New England (most notably at Mystery Hill, near North Salem, New Hampshire) and their striking resemblance to those found in Europe. In this issue we discuss the thousands of mysterious inscriptions that have been found and are continuing to be found from New England to California and the clues these writings have given us about the builders of the megalithic calendar sites of the American Northeast.

For generations, farmers and explorers have been finding what they assumed were random incisions on stones throughout the Northeast United States. Very little was thought of the odd rocks until archeologist and language specialist Barry Fell, the man singularly responsible for bringing the importance of these scratches to national attention in his monumental work America, B.C., recognized they were ancient writings and actually deciphered one of these inscriptions in 1967.

This stone, found at what has come to be known as the Mystery Hill megalithic complex, bore an inscription in what Fell determined was the vowelless style of Keltic Iberian ogam. Much to Fell’s astonishment, the writing turned out to be a temple dedication to the Phoenician Sun god Baal. Another nearby Keltic ogam inscription was deciphered as reading “Dedicated to Bel,” Bel being the Keltic god of the Sun and one and the same with the Phoenician god Baal. The ogam-inscribed flagstone was found near an underground stone chamber aligned to the sunrise of May 1—the sacred day of Bel.

Kelts, of course, are still around today, known as Irishmen, Scots, Welshmen, and others. The descendants of the ancient Phoenicians are also around, and are today called Palestinians.

Keltic Sun-wheel motifs, associated with ancient solar observatories throughout Europe, were also found at the Mystery Hill site and other megalithic sites in New England.

Further, Fell and others have found “eye of Bel” engravings on glacial erratics and inside solar chambers across northern New England that are clearly related to European examples of the same motif.

After this epigraphic breakthrough, information began pouring in. People now were convinced the incised rocks they had found on their properties were more than they had been told by skeptical “experts” for years. In fact, hundreds of ogamic inscriptions were found side by side with Phoenician inscriptions. Many of the ogam-inscribed flagstones interested people brought to Fell were found to have been grave markers, the location of the grave sites now lost due to their removal, unfortunately.

However, it seemed clear to Fell and his associates that the Kelts of the Iberian peninsula and the British Isles must have been the builders of the Mystery Hill site, judging from the similarity of the megalithic structures found there and those in Spain, Brittany, Portugal and Britain and also because it was these same Kelts who had lived side by side with the Phoenicians in ancient Iberian seafaring settlements, exchanging writing styles and languages. Further, the linguistic idiosyncrasies found beside the Keltic inscriptions at Mystery Hill appeared to be unique to a Punic style used in the period from 800 to 500 B.C.

Recent ogamic tract finds are not confined to New England. Gene Ballinger, writing and researching for the Courier newspaper of New Mexico, has stated that he has found and identified hundreds of Keltic ogam inscriptions in the rocks of the Southwest including: Keltic war god petroglyphs mother goddess Byanu petroglyphs and petroglyphs of a Keltic water goddess. In each of the instances where the Keltic water goddess symbol was found, previously unknown, ancient hand-dug and rock-lined wells were found. Ballinger has also located many more ogamic inscriptions—one a deeply incised, five-foot tract in the boulders of southwestern New Mexico. 1

Gloria Farley, an ardent archeologist and explorer, has found countless examples of what seem to be Keltic ogamic inscriptions along the Cimarron River in Arkansas and more in Kentucky, leading her to believe Kelts were exploring the Mississippi River valley and leaving their inscriptions along the way 1,000 years and more ago.

Now is it possible the inscriptions Fell and others have discovered are not European ogam at all, but a similar style of writing that may have developed independently in America? Fell, considered the world’s foremost expert on rock alphabet engravings before his death in 1994, claimed the odds against the American Indians developing a 12-character ogamic scriptural writing style just like its Bronze Age Iberian counterpart were about 430 million to one. 2 And the chance the 17-letter ogamic alphabet found on the rocks at Monhegan, Maine was Amerindian is even more remote.

It is therefore not improbable the ancient ogamic inscriptions found on the rocks in New England were written by Iberian and Goidelic Kelts and Iberian Phoenicians. But could they have been clever forgeries?

In response to this possibility, Fell and his associates photographed any new find, and the photos clearly show the team removing hundreds of years of lichen and other plant growth from rocks they supposed might have inscriptions. If they are forgeries, they were done by someone many decades before the present, with incredible language skills, enthusiasm and knowledge of the art of the vowelless ogamic scriptural style which was lost sometime around 200 B.C. (The vowelled style took over about then.) Under the circumstances, this possibility seems remote.

And if epigrapher Barry Fell and James Whitehall of the Early Sites Research Society have accurately read several stone inscriptions they found in New England, there is additional evidence the Phoenicians were in America 2,500 years ago and trading with a thriving Keltic community here.

Several miles off the coast of Maine, near Monhegan Island and more precisely on a small, flat-topped island called Manana, Fell found an inscription in Goidelic Keltic—the Bronze Age predecessor to Irish—which has been deciphered as saying: “Ships from Phoenicia: Cargo Platform,” the Manana Island site being suitable for lading trade goods.

Further evidence of the Phoenician and Keltic willingness to brave the open seas was found in 1975. In the spring of that year a stone measuring 45 inches by 15 inches tall was deciphered by Fell and Whitehall as reading, “A proclamation of annexation. Do not deface. By this Hanno takes possession.” The stone had been discovered by colonial settlers in 1658 and was being used as a doorstop when someone realized its possible antiquity and brought it to Fell’s attention.

We do know there was a real historical figure named Hanno—a Phoenician seafarer who explored and colonized along the African coast around 500 B.C., founding seven cities and setting up several trading posts. The Greeks had copied inscriptions from the Temple of Baal in Carthage, and they survived in manuscript form from the 10th century A.D. referring to the voyages of this man. Hanno was said by the ancient Greeks to have circumnavigated the Atlantic (referred to as “the northern ocean”) sometime around 480 B.C. But their accounts also tell us Hanno was a king of southern Spain, with his home port being Phoenician Cadiz. The New England inscription was written in the style of southern Iberian Punic, and the Phoenicians were the founders of the city of Cadiz. It is interesting to note, the Phoenicians’ documented travels from Iberia to Africa and then to India would have been twice as long as an Atlantic crossing.

But did the inhabitants of Bronze Age Iberia actually possess the capability to travel from the Old World to the New World, and what do their contemporaries say of them?

Around 1110 B.C., it is accepted by all historians, the Phoenicians were active throughout the Iberian region, settling the southern areas of Spain and mingling with an older, established civilization called the Tartessians. Not much is known about the Tartessians other than that they were an adventurous maritime people. They are mentioned at least 28 times in the Old Testament. Apparently their culture was centered in what today would be southwest Andalusia. 3

As a sea and trading power the Phoenicians (known to the Greeks as the Phoenekoi—“wearers of the blood-red [purple] cloth”) made alliances easily. They were well known as the builders of some of the largest seagoing vessels of the period and the most active explorers of the Bronze Age. We hear of their sailing prowess in several of the Biblical Psalms. By 700 B.C. the Phoenicians had become the leading suppliers of raw materials to the Assyrian empire and were agents of both the Egyptians and the Assyrians. They were relied upon to provide gold, tin, copper and other precious goods to these great powers.

However, complete disaster befell the Carthaginian/Phoenician empire. The Punic Wars pitted the Carthaginians against the Greeks and Romans. These wars were waged during the three centuries before Christ. The first Punic War took place between 264 and 241 B.C. and ended in victory for the Romans, who annexed Sicily, Corsica and Sardinia from the vanquished.

The Carthaginians, however, under Hamilcar Barca, went on to conquer most of Spain (236-228). And Barca’s work was continued by his son-in-law Hasdrupal and Barca’s famous son Hannibal. By doing so, as historian W. David Crockett points out, the Carthaginians gained control of the Tartessian mines and were able to hire Keltic recruits for their army. Carthage lost Spain in the Second Punic War (218 to 210 B.C.), and the entire Carthaginian culture seems to have been destroyed in the Third Punic War (149 to 146 B.C.) with the destruction of Carthage itself in 146 B.C.

The Romans then took power over the Phoenicians, outlawing their religious rituals, including human sacrifice. After the fall of Carthage, the Mediterranean was completely closed to Phoenician traders, and historian Robert Ellis Cahill tells us they sailed away from North Africa in great numbers, never to be seen again.

Were they in search of economic, political and religious freedom? Could they possibly have sailed to the Americas to avoid persecution and tyranny?

Aristotle, in his Marvels of the World, written in 335 B.C., revealed that “outside the Pillars of Hercules [Straits of Gibraltar], the Carthaginians have found an island having woods of all kinds with remarkable fruits and navigable rivers.” This may have been a reference to the Americas. (Ancient mariners called any newly discovered piece of land an island, as they had no way of knowing, without attempting to sail around it, whether it was an island, a peninsula, or a continent.)

Well before this time, bands of Kelts, long known as great warriors, explorers and craftsmen, had invaded the Iberian peninsula, from central Europe. Keltic advances into southern Iberia (a Phoenician sphere of influence) were relentless, and the Phoenicians of Iberia finally succumbed to their invasions sometime around 500 B.C. The Phoenicians were eventually absorbed by the settlers—the regional written language changing to Keltic around then. But as with many conquerors, the cultural traits of the victor mingled with those of the conquered. The Kelts learned to speak the Phoenician language, probably for ease of trade, and adopted many of the Phoenicians’ maritime and commercial traits as well. Huge numbers of Keltic mercenaries marched with Hannibal across the Alps to ravage the Roman armies for almost a decade during the Second Punic War.

But the Kelts were also known as great seamen by their peers. Julius Caesar gives us one of the few reliable historical accounts of a Keltic navy in his De Bello Gallico, Book III, which deals exclusively with his impressions of a naval battle fought off the shores of Brittany (Armorica) in A.D. 55. His adversaries were the ferocious clans of mainland Europe who called to their aid their brethren, the Kelts of the British Isles. Caesar, a meticulous historian, tells us the Kelts were able to muster a force of 220 ships, all of which were bigger and more sturdily constructed, better sailed and steered than his own impressive navy’s ships. 4 He described the Keltic ships as massive, high-prowed, flat bottomed and keeled.

Their sails were leathern—not the relatively flimsy cloth of Roman and Egyptian craft. Caesar adds that the rigging was of braided leather and that their helmsmen were able to tack, to sail against the wind. Further, the wooden planks of their vessels were bound in iron, not rope like less sophisticated vessels of the period, and their anchors were of iron, not the stone anchors his galleys were still using.

It was the Kelts who were the preeminent ironworkers of this age, fueling the Halstatt and La Téne Iron Age cultures. In fact the Kelts are given credit for some of the greatest iron inventions in European history: the horseshoe the hand saw the plowshare the rotary flour mill a wheeled harvester and chisels, files and other hand tools, the design of which has changed little since their Keltic origins. 5

All in all, Caesar was quite impressed with the sturdy and graceful nature of the enemy ships and in fact surprised by Keltic seamanship and ship construction. And we can further surmise Keltic shipbuilding and sailing techniques weren’t devised overnight—they were the product of centuries of accumulated knowledge. It is enlightening to compare the Keltic navy’s massing of 220 ships which could each carry 200 warriors and were 120 or more feet long to the three puny, leaky ships (two of which were around 50 feet in length) and the 88 men Columbus could muster for his transatlantic voyage 1,400 years later. What hubris to believe these people lacked the ability to sail to the New World millennia before Columbus.

And knowing of the keen knowledge the Keltic intellectuals possessed of the lunar phases, their ability to predict eclipses, their familiarity with the precession of the constellations, and their vast storehouse of astronomical knowledge, gleaned from sites like Stonehenge, Fell quite confidently states that Keltic mariners would have been able to sail by the stars and the Sun across great distances, across the Atlantic, at the right time of year, to “the land beyond the sunset.”

As traders and explorers the Phoenicians and Kelts were continually looking for new markets. One Phoenician merchant of the Bronze Age has been quoted as saying, “A virgin market is ideal since it can be scoured hard for huge profits.” 6 And they were always looking for new trading partners and new suppliers of exotic trade goods and raw materials. The copper fields of the upper Michigan region were certainly one untapped source of pure copper and other metals that could have been mined and shipped back to metals-hungry Europe and sold for a great profit. And the archeological evidence of the region supports this thesis.

According to author Louis A. Brennan, in his thought-provoking book No Stone Unturned, “float copper” (pure surface copper that need not be smelted) was abundant in the Michigan region and had been mined since 4,000 B.C. by an ambiguous culture known as the Lamokans—one he says was not related to the modern Athabaskan Indian inhabitants of the region. This culture, he speculates, may have come from Europe via an Atlantic land bridge, but there is little evidence to support that theory. But the evidence does support two points: Ancient cultures were mining the float copper found in the Michigan region long before the Bronze Age and there was a strong Caucasoid presence in the area. 7

We also find throughout the region scores of vowelless ogamic inscriptions in the Punic and Keltic dialects associated with the copper mines, proving these two groups were there at least as early as the first five to eight centuries B.C. And European travelers may very well account for two cultural mysteries of the area. One is the blond-haired, blue-eyed Mandan Indians, whose origins have puzzled anthropologists for decades. They were most likely the descendants of ancient European metals miners. According to author Gene Ballinger, they spoke a form of ancient Gaelic to such a degree that English explorers of the 15th and 16th century who were familiar with the Gaelic languages of Ireland and Scotland were able to converse with them.

The other is the presence of an enigmatic item found in the medicine pouch of Nez Perc Chief Joseph upon his capture in 1877. In this hide bag was found a cuneiform tablet whose inscription dates from 2042 B.C. The tablet was said by the chief to have been an inheritance from his white ancestors—bringers of great knowledge to his people eons ago.

Another important puzzle piece to this ancient mystery of trade between Phoenicians, Iberian Kelts and Bronze Age Europeans has been brought to light by scuba divers working at a depth of 120 feet in Castine Bay, Maine. Two large ceramic jars were recently hauled to the surface. They have turned out to be ancient olive jars from the Iberian peninsula. The amphorae display clear chafing patterns like those rope lashings would make during a long ocean voyage. More Iberian amphorae have been found in the waters off Newburyport and Boston, Massachusetts. 8

Further, Fell and others have found scores of ancient coins throughout the New England area. He said, “After the 4th century B.C. our visitors began to leave behind infallible date markers: those enduring metal discs called coins.” The coins were inscribed with letters indicating they were issued to be used as pay for mercenary Greek and Iberian soldiers in the Carthaginian army. 9

Ballinger notes that Carthaginian coins have been found in 11 states in 50 separate sites. Some of these coins are today worth thousands of dollars each, making it unlikely they were “dropped” by collectors.

The Phoenicians and the Kelts lived in Iberia together for generations—perhaps as long as 500 years side by side. They were ancient enemies of the Romans, great warriors, tradesmen and seamen. It would seem logical that they would venture together across the Atlantic for economic opportunities and to find freedom from Roman oppression.

Once the Kelts got to the shores of America, they could not have built the sophisticated megalithic complexes found in New England overnight (assuming these were constructed by the Kelts and not some unknown, earlier people). It would have taken them decades to found settlements, repair and build ships and set up the social structures necessary for the undertaking of the building projects we find in the New England area. Newcomers just don’t start building astronomically aligned chambers and setting up stone circles. They first must build houses, grow crops, ward off any hostile natives and establish all the other basics of stable civilization. This doesn’t mean a priestly class wasn’t setting up site stones and smaller monoliths, marking true north and other basic foundations for a future site.

Judging from the number of accurately functioning calendar sites in New England, it must have been a priority of an established settlement to construct one for themselves. But why was it so important?

It would appear the Kelts used the calendar sites in New England to regulate their year, to set planting and harvesting schedules and feel as though they had some loose control over the cycles of nature. We are drawn to this conclusion because the calendar sites clearly break the year into eight equal divisions related to the Sun, with the solstices and equinoxes as the four basic dividers. (The Kelts used both a lunar and a solar calendar. Many other cultures broke their year into 13 months [“moonths,” if you will] based upon the lunar cycle. It is said a solar cycle is more accurate, eliminating the need for leap years and the quarter day we pick up each year from our present calendar.)

The monoliths, solar chambers and accompanying ogamic inscriptions we find in New England always align to sunrise and sunset positions of the most important of Keltic ritual days.

Beltane (“the Fires of Bel”) was the first day in the Keltic calendar (our May 1) and was the holiday dedicated to the great god Bel. It was the Kelts’ most important yearly celebration. Beltane is the modern Irish name for the month of May. We celebrate this holiday as May Day, when children dance around a May pole, stomping the ground. It is a day for dancing and games and sports. Historically, May has been viewed as the month in which winter was finally over and the fruits of spring begin to ripen. At Mystery Hill, and other sites, the largest monolith was the one marking the sunrise of May first, and this day may have been the cue to drive grazing animals to their summer pastures.

Neolithic people probably danced around stone phalli like those still to be found throughout New England, their May Day festivals taking on a decided fertility aspect. Many believe our own May pole is a more palatable version of the ancient stone phalli that were almost completely eliminated in Christian Europe. Such stones remain standing at many New England sites, giving us an insight into the religion of the ancient Europeans. (In India today many Hindus still worship the lingam and its feminine counterpart the yoni.)

The next great holidays of the Kelts were Litha (the celebration of the summer solstice), Lammastide (the August first celebration when the first grains of fall are made into loaves of bread) and the fall equinox. At the megalithic complex at Mystery Hill, and others, all these Keltic holidays were marked by sunrises or sunsets over stone monoliths or the entry of the Sun into the small openings in the ceilings of slab-roofed chambers.

After the fall equinox, the next yearly division of eight would occur on November 1. This is when the Kelts celebrated Samhain—the predecessor of our Christian Halloween (October 31). On Samhain, the Kelts believed, the spirits of the dead could walk in the real world and make themselves known to the living. It is symbolically the start of winter and the end of mild weather and was an important druidic holiday marked by bonfires (fires of bone) as flames were thought to welcome friendly spirits and ward off bad ones. Fire pits are a common find near the megalithic structures that align with the sunrise and sunset on this holiday.

On December 21, the Kelts celebrated the winter solstice. This day marked the beginning of lengthening days and the slow march to spring. This holiday too has its sunrise and sunset monoliths as well as solar-aligned underground chambers at our New England megalithic sites, just as one would expect.

Succeeding the winter solstice, we would find a Keltic holiday on or near February 1. This holiday was known as Imbolc and indicated the start of the lambing season. “Imbolc” may mean “sheep’s milk.” And just as we could expect, there is a great monolith at Mystery Hill that aligns to the sunset on this date. An underground solar chamber is also bathed in sunlight on this date every year. Many suspect the American festival of Groundhog Day (Candlemas Day) is a modern-day parallel to Imbolc: Each February 2nd we all look for the shadow cast by the rising Sun upon a standing object (Punxsutawney Phil) to determine the continuation or abeyance of winter.

Further tying the holiday to the Kelts, an old Scottish saw proclaims: “If Candlemas is fair and clear/There’ll be two winters in the year.”

And finally we come full circle on the Keltic year with the celebration of the spring equinox, obviously a holiday with ties to rebirth and regeneration. The Kelts celebrated this day as the triumph of the Sun over the cold grip of winter’s death and dedicated the holiday to the goddess of the dawn, Eostre, the derivation of our Christian word Easter, which we have adopted as a joyous celebration of the rebirth and resurrection of Jesus Christ, the first Sunday following the first full Moon or after the vernal equinox.

Taken together, these holidays, which many of us still celebrate in one form or another today, break the year into a perfect division of eight parts—just as scholars predicted. In short, it is obvious the calendar sites of New England were used to regulate the year, cue planting, harvesting and animal husbandry cycles and could even predict eclipses of the Moon. Holidays and great celebrations would also begin and end according to the dictates of the stone chambers and monoliths, the Sun’s position telling the Keltic priestly class (druids and druidesses) all they needed to know to stun and amaze the populace with their accuracy if they so desired.

The druids must have learned their craft from an existing group of wise men who had carried on the astronomical knowledge from the ancients who had built Stonehenge, and some believe the Keltic druids were no more than students of that ancient, unknown religious/intellectual caste—perhaps the Red Paint people or the Battle Ax people of ancient Europe, and possibly related to the Lamokans.

The druids were the intellectual class of the Kelts during their entire cultural history—from the time of their migrations from the headwaters of the Danube until their entry into the British isles. This author will say, much to the consternation of some readers, that the druids did not have a hand in the building of Stonehenge. That timetable is about two thousand years off. 10

No matter, the druids were intelligent philosophers, setting up institutes of higher learning and using the existing megalithic “observatories” to glean vast knowledge about the Moon, stars and Sun. Almost no decisions could be made, sacrifices offered or battles fought, without the presence of a druid priest or druidess.

The leaders of the druidic cult were divided into three basic categories: bards (the sect responsible for preserving literature and music) the vates (those responsible for carrying out sacrifices to the gods) and the druids proper (those responsible for studying natural science, philosophy and astronomy).

The vates, it was said, would augur from the death throes, entrails and spurting blood of a sacrificial victim. It may have been the vates especially who were wiped out by the Romans during their occupation of the British Isles, as the Romans claimed they were disgusted by the human sacrifices practiced by this sect. (This from a people that made mass execution, gladiatorial combat to the death and the feeding of unarmed people to wild beasts a spectator sport.) More likely the Romans (as was their policy of conquest) were attempting to wipe out the intellectual and religious castes of the Keltic peoples and providing the gullible with a good public relations reason to do so.

When the Kelts came to the New World, they were surely accompanied by their learned men—druid astronomer priests. And there is evidence to support this theory.

In September 1941, two boys playing on Great Chebeaugue Island in Casco Bay, Massachusetts began scraping moss from a large boulder facing the sea. To their surprise they discovered a life-size Caucasoid face (closely resembling a druid) carved with great skill. Fishermen who had lived on the island in the 18th century had reported seeing a carved face in the rocks, which they said had been discovered by the first island settlers. No one, however, could ever relocate the stone face until the boys stripped off the layers of moss. Jim Whittall concluded the face was carved by Keltic explorers sometime before A.D. 1000. The artistic style of the carving is obviously similar to that of the Kelts.

Another druid head just like that found at Casco Bay, adorned with oak leaves and acorns, was found in the bedrock at Searsmount, Maine and is presently on display at the Sturbridge Village Museum in Massachusetts. The connection to the oak is significant as the pagan Keltic druids considered the oak to be sacred (an idea which comes from the Indo-Europeans) and used the acorns and the leaves in their religious ceremonies. Some linguists claim the root of the word “druid” means “oak knowledge.”

But if in fact the Kelts were inhabiting what was later to become the homeland of the Algonquian Indians, there must be some cultural memory of this great migration and habitation. And there is.

One reliable Norse account of the voyage of Thorfin Karlsefni in A.D. 1123 claims the Viking explorers came across blond-haired, blue-eyed inhabitants of New England who spoke a form of Gaelic. One account tells that these people lived in underground chambers, like those we find today in New England. Whether these Gaelic speakers were Culdee (i.e., Keltic Christian) monks or pagan descendants of the ancient Keltic inhabitants of the New World is moot. 11

And, the Algonquian Indians of the American Northeast clearly display characteristics of the southern European and Mediterranean racial stocks. They, unlike the obviously Mongoloid Athabaskans and Eskimos, have neither the epicanthic “oriental” eye fold, the yellow-hued skin, the “Mongoloid blue spot” pigmentation of the lower back of some Asians that disappears after puberty, the round-headedness, the short nose nor the small stature typically associated with the Mongoloid racial type. Algonquians typically display the aquiline “Roman” nose, obviously different from the Mongoloid nose. When the Algonquian intermarries with a Caucasian, their offspring are said to be more Caucasoid in appearance than if a Caucasian mixes with any other race on Earth. Waarom? Possibly because the Algonquian racial type is already part European.

There is also an ancient Wampanoag story of a great battle fought between white invaders and their tribe eons ago. The invaders came upstream in a large flat-bottomed ship with a “house” on the back. This may have been a reference to a Phoenician or Keltic vessel, as these peoples often added towers to the backs of their vessels for defensive purposes. 12

But even more than these oral remembrances, the Algonquian language of the New England region convinces us of Old World Keltic contact. The Algonquian word “Amoskeag” means “one who takes small fish.” The Keltic “Ammosiasgag” means “small fish stream.” The Indian “Merrimack” River has been interpreted in Algonquian as “deep fishing.” But the Keltic “Morriomack” means “great depth.” The “Piscataqua” River is said to mean “white stone,” and it bears a striking resemblance to the Keltic “Pioscatacua” meaning “pieces of snow white stone.” The Indian “Pontanipo” Pond means “cold water” pond. The Keltic word for “numbing cold pool”?—“Punntainepol.”

These are just a mere few of the hundreds of similar Keltic and Algonquian place names that seem to be so close in pronunciation as to go beyond coincidence. 13 Even the Vikings noticed the many similar words they found when conversing with the Algonquians.

It is more likely the Algonquian language is still strongly reminiscent of that of the ancient Keltic inhabitants who once roamed the forests of New England, set up the mysterious and sophisticated megaliths still being uncovered there and proudly carved their names in the rock faces boldly proclaiming their amazing accomplishments. And judging from thousands of recent finds of ogamic inscriptions from the Cimarron River basin in Oklahoma, to the Rio Grande in the south, to the mountains of Montana, to the river basins of Colorado, to the Pacific coast of South America, the New World Kelts were far from confined to New England. It appears likely they explored nearly every part of the Western Hemisphere thousands of years before the birth of Christ and up until as recently as A.D. 700.

The origin of the New England megalithic sites is most definitely Euro-American and not Amerindian. What a shame our children may never be taught the truth about these incredibly sophisticated early Europeans and European-Americans whose sites are, to this day, gathering places for astonished citizens who come to witness the rising or setting of the summer Sun over huge megalithic boulders set in place with great effort by these magnificent architects thousands of years ago.

Puzzlingly, however, carbon dating and archeo-astronomical data at the Mystery Hill site reveals a probable start date for the construction there as long ago as 2000 to 2500 B.C. This coincides more closely to the culture that built the great megalithic sites found at Stonehenge and Avebury in England and the immense Ring of Brodgar in Scotland (3000 B.C.). Like these cultures, no metal tools were used to carve the great stones of the earliest New England megalithic sites. 14

Why wouldn’t the Kelts have used their sophisticated bronze, and later iron, tools to aid in the construction? Is it possible the Kelts merely finished or added to these American sites begun by an even older culture? The implications are enormous and deserve investigation.

Speculation has begun, even among the Establishment, that a Caucasoid race may have inhabited the Americas in a far distant era, possibly wiped out by hostile natives.

More likely, this race intermarried with the Amerindians of the area after exchanging sophisticated tool-making, agricultural, mining and pottery-making techniques. Were these the white “ancient ones” that appear so central in so much ancient Indian lore? Were they the founders or the impetus for the Anasazi and Hopewellian cultures? Only time, and further research, will tell.


Opmerkingen:

Images: Gungywamp By Randal J. (en:User:RJFerret) – Own work (own photo), CC BY-SA 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=7714677 Nashoba Brook Stone Chamber, By John Phelan – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=20548479 Leverett Stone Chamber By BittyRed – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=46106121 American Stonehenge, By Stan Shebs, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=123562 Queen’s Fort, By JERRYE & ROY KLOTZ, M.D. – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=49496088 Stonehenge CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=195581. Hirundo Wildlife Refuge By Namiba – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=69290251.

This story about mysterious stone structures was updated in 2021.


Bekijk de video: Brocéliande: la forêt légendaire du roi Arthur (Januari- 2022).